|
Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Na uitvoering van historisch onderzoek wordt een onderzoekshypothese opgesteld (NEN5725). Op basis van het oppervlak en mogelijke verdachte (deel)locaties (slootdempingen, brandstoftanks e.d.) wordt vastgesteld hoeveel boringen en peilbuizen worden geplaatst. Van de grondmonsters worden mengmonsters gemaakt van de bovengrond (tot 1,0 meter min maaiveld) en de ondergrond. Het grondwater wordt een week na plaatsing bemonsterd. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de monsters (grond en grondwater) geanalyseerd op een vastgesteld stoffenpakket. De rapportage van het bodemonderzoek wordt circa drie tot vier weken na uitvoering digitaal verzonden. Een snellere levertijd is overleg mogelijk. |

